Motoriek is ondenkbaar zonder neurale sturing. Onze hersenen genereren impulspatronen die in tijd en ruimte geordend zijn. Zo ontstaat een soort bewegingssymfonie: een complex samenspel van spiercontracties. Drie niveaus van de hersenen zijn hierbij betrokken: het archiniveau voor arousal, reflexen en tonus, het paleoniveau voor emoties, automatismen en houdingscontrole, en het neoniveau voor cognitie en situatief/sociaal aangepast gedrag. Bij de neurale sturing van motoriek zijn de taken over deze drie niveaus verdeeld. We gaan in dit hoofdstuk in op de rol van ruggenmerg, hersenstam, limbisch systeem, basale kernen, hersenschors en cerebellum, en zullen zien dat dit neurowetenschappelijke perspectief veel fenomenen van menselijke motoriek kan verduidelijken en inspiratie kan leveren voor de aanpak van leerprocessen.